Job 30:3
“Door gebrek en honger waren zij eenzaam; vluchtend naar de woestijn, voorheen verlaten en woest.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 30 — omringende verzen
Maar nu hebben zij die jonger zijn dan ik, mij in spot; wier vaders ik zou hebben versmaad om bij de honden van mijn kudde te zetten.
2Ja, waartoe zou de kracht van hun handen mij baten, bij wie de krachtige ouderdom vergaan was?
Door gebrek en honger waren zij eenzaam; vluchtend naar de woestijn, voorheen verlaten en woest.
Die malven bij de struiken afsneden, en jeneverbesworrels tot hun spijze namen.
5Zij werden verjaagd van onder de mensen, men riep ze na als een dief;
6Om te wonen in de kloven der dalen, in de grotten der aarde, en in de rotsen.
7Tussen de struiken weeklaagden zij; onder de distels waren zij bijeengekomen.
8Zij waren kinderen van dwazen, ja, kinderen van lieden zonder naam; zij waren verachtelijker dan de aarde.