Job 31:19
“Als ik iemand heb zien omkomen bij gebrek aan kleding, of een arme zonder bedekking;”
Kruisverwijzingen
Context
Job 31 — omringende verzen
Wat zou ik dan doen, wanneer God opstaat? en wanneer Hij bezoekt, wat zou ik Hem antwoorden?
15Heeft niet Degene Die mij in de moederschoot maakte, hem ook gemaakt? en heeft niet Één ons beiden gevormd in de schoot?
16Als ik de arme heb belet in zijn begeerte, of de ogen der weduwe heb doen bezwijken;
17Of als ik mijn bete alleen voor mijzelf heb gegeten, en de wees heeft daarvan niet gegeten;
18(Want van mijn jeugd aan is hij bij mij opgevoed als bij een vader, en ik heb haar geleid van de schoot mijner moeder af;)
Als ik iemand heb zien omkomen bij gebrek aan kleding, of een arme zonder bedekking;
Als zijn lendenen mij niet hebben gezegend, en als hij niet is verwarmd geweest door de wol van mijn schapen;
21Als ik mijn hand heb opgeheven tegen de wees, toen ik mijn hulp zag in de poort;
22Dan late mijn arm vallen van mijn schouderblad, en mijn arm worde gebroken van het gewricht.
23Want het verderf Gods was mij een schrik, en wegens Zijn hoogheid kon ik niet standhouden.
24Als ik van goud mijn hoop heb gemaakt, of tot het fijn goud heb gezegd: Gij zijt mijn vertrouwen;