Job 31:21
“Als ik mijn hand heb opgeheven tegen de wees, toen ik mijn hulp zag in de poort;”
Kruisverwijzingen
Context
Job 31 — omringende verzen
Als ik de arme heb belet in zijn begeerte, of de ogen der weduwe heb doen bezwijken;
17Of als ik mijn bete alleen voor mijzelf heb gegeten, en de wees heeft daarvan niet gegeten;
18(Want van mijn jeugd aan is hij bij mij opgevoed als bij een vader, en ik heb haar geleid van de schoot mijner moeder af;)
19Als ik iemand heb zien omkomen bij gebrek aan kleding, of een arme zonder bedekking;
20Als zijn lendenen mij niet hebben gezegend, en als hij niet is verwarmd geweest door de wol van mijn schapen;
Als ik mijn hand heb opgeheven tegen de wees, toen ik mijn hulp zag in de poort;
Dan late mijn arm vallen van mijn schouderblad, en mijn arm worde gebroken van het gewricht.
23Want het verderf Gods was mij een schrik, en wegens Zijn hoogheid kon ik niet standhouden.
24Als ik van goud mijn hoop heb gemaakt, of tot het fijn goud heb gezegd: Gij zijt mijn vertrouwen;
25Als ik mij verblijd heb omdat mijn rijkdom groot was, en omdat mijn hand veel had verkregen;
26Als ik de zon heb aanschouwd terwijl zij scheen, of de maan wandelende in haar glans;