Job 31:24
“Als ik van goud mijn hoop heb gemaakt, of tot het fijn goud heb gezegd: Gij zijt mijn vertrouwen;”
Kruisverwijzingen
Context
Job 31 — omringende verzen
Als ik iemand heb zien omkomen bij gebrek aan kleding, of een arme zonder bedekking;
20Als zijn lendenen mij niet hebben gezegend, en als hij niet is verwarmd geweest door de wol van mijn schapen;
21Als ik mijn hand heb opgeheven tegen de wees, toen ik mijn hulp zag in de poort;
22Dan late mijn arm vallen van mijn schouderblad, en mijn arm worde gebroken van het gewricht.
23Want het verderf Gods was mij een schrik, en wegens Zijn hoogheid kon ik niet standhouden.
Als ik van goud mijn hoop heb gemaakt, of tot het fijn goud heb gezegd: Gij zijt mijn vertrouwen;
Als ik mij verblijd heb omdat mijn rijkdom groot was, en omdat mijn hand veel had verkregen;
26Als ik de zon heb aanschouwd terwijl zij scheen, of de maan wandelende in haar glans;
27En mijn hart is heimelijk verleid geweest, of mijn mond heeft mijn hand gekust;
28Dit ook ware een ongerechtigheid, te berechten door de rechter; want ik zou de God van boven hebben verloochend.
29Als ik mij verblijd heb over het verderf van hem die mij haatte, of mij verheven heb toen het kwaad hem trof;