VSV
StatenvertalingJob 31:2
“Want welk deel heeft God van boven gegeven, en welke erfenis de Almachtige van omhoog?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 31 — omringende verzen
1
Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen; waarom zou ik dan denken aan een jonge vrouw?
2
3Want welk deel heeft God van boven gegeven, en welke erfenis de Almachtige van omhoog?
Is verderf niet voor de goddeloze, en een vreemde straf voor de werkers der ongerechtigheid?
4Ziet Hij mijn wegen niet, en telt Hij niet al mijn stappen?
5Als ik gewandeld heb met ijdelheid, of als mijn voet zich gehaast heeft naar bedrog;
6Laat mij gewogen worden in een rechte weegschaal, opdat God mijn oprechtheid kenne.
7Als mijn stap van de weg is afgeweken, en mijn hart mijn ogen is nagereisd, en als enige smet aan mijn handen heeft gekleeft;