VSV
StatenvertalingJob 31:3
“Is verderf niet voor de goddeloze, en een vreemde straf voor de werkers der ongerechtigheid?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 31 — omringende verzen
1
Ik heb een verbond gesloten met mijn ogen; waarom zou ik dan denken aan een jonge vrouw?
2Want welk deel heeft God van boven gegeven, en welke erfenis de Almachtige van omhoog?
3
4Is verderf niet voor de goddeloze, en een vreemde straf voor de werkers der ongerechtigheid?
Ziet Hij mijn wegen niet, en telt Hij niet al mijn stappen?
5Als ik gewandeld heb met ijdelheid, of als mijn voet zich gehaast heeft naar bedrog;
6Laat mij gewogen worden in een rechte weegschaal, opdat God mijn oprechtheid kenne.
7Als mijn stap van de weg is afgeweken, en mijn hart mijn ogen is nagereisd, en als enige smet aan mijn handen heeft gekleeft;
8Laat mij dan zaaien, en een ander ete; ja, laat mijn nakomelingen worden uitgeroeid.