Job 31:7
“Als mijn stap van de weg is afgeweken, en mijn hart mijn ogen is nagereisd, en als enige smet aan mijn handen heeft gekleeft;”
Kruisverwijzingen
Context
Job 31 — omringende verzen
Want welk deel heeft God van boven gegeven, en welke erfenis de Almachtige van omhoog?
3Is verderf niet voor de goddeloze, en een vreemde straf voor de werkers der ongerechtigheid?
4Ziet Hij mijn wegen niet, en telt Hij niet al mijn stappen?
5Als ik gewandeld heb met ijdelheid, of als mijn voet zich gehaast heeft naar bedrog;
6Laat mij gewogen worden in een rechte weegschaal, opdat God mijn oprechtheid kenne.
Als mijn stap van de weg is afgeweken, en mijn hart mijn ogen is nagereisd, en als enige smet aan mijn handen heeft gekleeft;
Laat mij dan zaaien, en een ander ete; ja, laat mijn nakomelingen worden uitgeroeid.
9Als mijn hart verleid is geweest door een vrouw, of als ik opgeloerd heb aan de deur van mijn naaste;
10Dan late mijn vrouw voor een ander malen, en laten anderen zich over haar buigen.
11Want dit is een gruwelijke misdaad; ja, het is een ongerechtigheid te berechten door de rechters.
12Want het is een vuur dat verteert tot verderf, en zou al mijn inkomen uitroeien.