Job 39:11
“Zult gij op hem vertrouwen omdat zijn kracht groot is? Of zult gij uw arbeid aan hem overlaten?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 39 — omringende verzen
Wiens huis Ik de wildernis gemaakt heb en het ziltige land zijn woonstede.
7Hij lacht om het gewoel der stad, noch hoort hij het geschreeuw van de drijver.
8De bergen zijn zijn weidegebied, en hij speurt naar al wat groen is.
9Zal de wildos u willen dienen, of zal hij bij uw krib overnachten?
10Kunt gij de wildos met een touw aan de voor binden? Of zal hij de dalen achter u eggen?
Zult gij op hem vertrouwen omdat zijn kracht groot is? Of zult gij uw arbeid aan hem overlaten?
Zult gij op hem rekenen dat hij uw zaad zal thuisbrengen en in uw schuur verzamelen?
13Hebt gij de pauwen hun prachtige vleugels gegeven? Of aan de ooievaar vleugels en vederen?
14Die haar eieren in de aarde achterlaat en ze in het stof laat verwarmen,
15En vergeet dat de voet ze kan vertreden of het wild gedierte ze kan verbreken.
16Zij is hard tegen haar jongen alsof ze niet van haar zijn; haar inspanning is tevergeefs, zonder vrees;