Job 39:8
“De bergen zijn zijn weidegebied, en hij speurt naar al wat groen is.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 39 — omringende verzen
Zij krommen zich, brengen hun jongen ter wereld en lossen zich van hun weeën.
4Hun jongen worden sterk, groeien op in het open veld; zij trekken weg en keren niet tot hen terug.
5Wie heeft de wilde ezel vrijgelaten? Of wie heeft de banden van de woudezel losgemaakt?
6Wiens huis Ik de wildernis gemaakt heb en het ziltige land zijn woonstede.
7Hij lacht om het gewoel der stad, noch hoort hij het geschreeuw van de drijver.
De bergen zijn zijn weidegebied, en hij speurt naar al wat groen is.
Zal de wildos u willen dienen, of zal hij bij uw krib overnachten?
10Kunt gij de wildos met een touw aan de voor binden? Of zal hij de dalen achter u eggen?
11Zult gij op hem vertrouwen omdat zijn kracht groot is? Of zult gij uw arbeid aan hem overlaten?
12Zult gij op hem rekenen dat hij uw zaad zal thuisbrengen en in uw schuur verzamelen?
13Hebt gij de pauwen hun prachtige vleugels gegeven? Of aan de ooievaar vleugels en vederen?