Job 39:13
“Hebt gij de pauwen hun prachtige vleugels gegeven? Of aan de ooievaar vleugels en vederen?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 39 — omringende verzen
De bergen zijn zijn weidegebied, en hij speurt naar al wat groen is.
9Zal de wildos u willen dienen, of zal hij bij uw krib overnachten?
10Kunt gij de wildos met een touw aan de voor binden? Of zal hij de dalen achter u eggen?
11Zult gij op hem vertrouwen omdat zijn kracht groot is? Of zult gij uw arbeid aan hem overlaten?
12Zult gij op hem rekenen dat hij uw zaad zal thuisbrengen en in uw schuur verzamelen?
Hebt gij de pauwen hun prachtige vleugels gegeven? Of aan de ooievaar vleugels en vederen?
Die haar eieren in de aarde achterlaat en ze in het stof laat verwarmen,
15En vergeet dat de voet ze kan vertreden of het wild gedierte ze kan verbreken.
16Zij is hard tegen haar jongen alsof ze niet van haar zijn; haar inspanning is tevergeefs, zonder vrees;
17Want God heeft haar van wijsheid beroofd en haar geen verstand toebedeeld.
18Zodra zij zich omhoog verheft, lacht zij om het paard en zijn ruiter.