Job 41:13
“Wie kan de buitenkant van zijn huid blootleggen? of wie kan hem naderen met zijn dubbele toom?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 41 — omringende verzen
Leg uw hand op hem, gedenk de strijd, doe het niet meer.
9Zie, de hoop op hem is ijdel: zal men niet reeds bij het zien van hem neervallen?
10Niemand is zo moedig dat hij hem durft wekken: wie kan dan voor Mij standhouden?
11Wie heeft Mij eerst iets gegeven, zodat Ik hem zou moeten vergelden? al wat onder de ganse hemel is, is van Mij.
12Ik zal zijn ledematen niet verzwijgen, noch zijn kracht, noch zijn welgeordende gestalte.
Wie kan de buitenkant van zijn huid blootleggen? of wie kan hem naderen met zijn dubbele toom?
Wie kan de deuren van zijn muil openen? zijn tanden zijn rondom ontzagwekkend.
15Zijn schubben zijn zijn trots, als met een hechte zegel gesloten.
16De ene is zo dicht bij de andere, dat er geen lucht tussen kan komen.
17Zij zijn aan elkaar gehecht, zij kleven samen, zodat zij niet van elkaar gescheiden kunnen worden.
18Door zijn niezen schittert een licht, en zijn ogen zijn als de oogleden van de dageraad.