Job 41:10
“Niemand is zo moedig dat hij hem durft wekken: wie kan dan voor Mij standhouden?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 41 — omringende verzen
Zult U met hem spelen als met een vogel? of hem binden voor uw dienstmeisjes?
6Zullen de metgezellen een feestmaal van hem maken? zullen zij hem verdelen onder de kooplieden?
7Kunt U zijn huid vullen met weerhaken? of zijn hoofd met vissperen?
8Leg uw hand op hem, gedenk de strijd, doe het niet meer.
9Zie, de hoop op hem is ijdel: zal men niet reeds bij het zien van hem neervallen?
Niemand is zo moedig dat hij hem durft wekken: wie kan dan voor Mij standhouden?
Wie heeft Mij eerst iets gegeven, zodat Ik hem zou moeten vergelden? al wat onder de ganse hemel is, is van Mij.
12Ik zal zijn ledematen niet verzwijgen, noch zijn kracht, noch zijn welgeordende gestalte.
13Wie kan de buitenkant van zijn huid blootleggen? of wie kan hem naderen met zijn dubbele toom?
14Wie kan de deuren van zijn muil openen? zijn tanden zijn rondom ontzagwekkend.
15Zijn schubben zijn zijn trots, als met een hechte zegel gesloten.