Job 41:7
“Kunt U zijn huid vullen met weerhaken? of zijn hoofd met vissperen?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 41 — omringende verzen
Kunt U een haak in zijn neus slaan? of zijn kaak doorboren met een doorn?
3Zal hij U vele smeekbeden doen? zal hij U zachte woorden spreken?
4Zal hij een verbond met U sluiten? zult U hem aannemen als een knecht voor altijd?
5Zult U met hem spelen als met een vogel? of hem binden voor uw dienstmeisjes?
6Zullen de metgezellen een feestmaal van hem maken? zullen zij hem verdelen onder de kooplieden?
Kunt U zijn huid vullen met weerhaken? of zijn hoofd met vissperen?
Leg uw hand op hem, gedenk de strijd, doe het niet meer.
9Zie, de hoop op hem is ijdel: zal men niet reeds bij het zien van hem neervallen?
10Niemand is zo moedig dat hij hem durft wekken: wie kan dan voor Mij standhouden?
11Wie heeft Mij eerst iets gegeven, zodat Ik hem zou moeten vergelden? al wat onder de ganse hemel is, is van Mij.
12Ik zal zijn ledematen niet verzwijgen, noch zijn kracht, noch zijn welgeordende gestalte.