Job 41:6
“Zullen de metgezellen een feestmaal van hem maken? zullen zij hem verdelen onder de kooplieden?”
Kruisverwijzingen
Context
Job 41 — omringende verzen
Kunt gij de leviathan met een vishaak optrekken? Of zijn tong met een koord dat gij laat zakken?
2Kunt U een haak in zijn neus slaan? of zijn kaak doorboren met een doorn?
3Zal hij U vele smeekbeden doen? zal hij U zachte woorden spreken?
4Zal hij een verbond met U sluiten? zult U hem aannemen als een knecht voor altijd?
5Zult U met hem spelen als met een vogel? of hem binden voor uw dienstmeisjes?
Zullen de metgezellen een feestmaal van hem maken? zullen zij hem verdelen onder de kooplieden?
Kunt U zijn huid vullen met weerhaken? of zijn hoofd met vissperen?
8Leg uw hand op hem, gedenk de strijd, doe het niet meer.
9Zie, de hoop op hem is ijdel: zal men niet reeds bij het zien van hem neervallen?
10Niemand is zo moedig dat hij hem durft wekken: wie kan dan voor Mij standhouden?
11Wie heeft Mij eerst iets gegeven, zodat Ik hem zou moeten vergelden? al wat onder de ganse hemel is, is van Mij.