Job 41:17
“Zij zijn aan elkaar gehecht, zij kleven samen, zodat zij niet van elkaar gescheiden kunnen worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 41 — omringende verzen
Ik zal zijn ledematen niet verzwijgen, noch zijn kracht, noch zijn welgeordende gestalte.
13Wie kan de buitenkant van zijn huid blootleggen? of wie kan hem naderen met zijn dubbele toom?
14Wie kan de deuren van zijn muil openen? zijn tanden zijn rondom ontzagwekkend.
15Zijn schubben zijn zijn trots, als met een hechte zegel gesloten.
16De ene is zo dicht bij de andere, dat er geen lucht tussen kan komen.
Zij zijn aan elkaar gehecht, zij kleven samen, zodat zij niet van elkaar gescheiden kunnen worden.
Door zijn niezen schittert een licht, en zijn ogen zijn als de oogleden van de dageraad.
19Uit zijn muil komen brandende fakkels, en vonken van vuur springen eruit.
20Uit zijn neusgaten gaat rook, als uit een kokende pot of ketel.
21Zijn adem ontsteekt kolen, en een vlam gaat uit zijn muil.
22In zijn nek woont kracht, en voor hem springt smart in blijdschap om.