Job 41:21
“Zijn adem ontsteekt kolen, en een vlam gaat uit zijn muil.”
Kruisverwijzingen
Context
Job 41 — omringende verzen
De ene is zo dicht bij de andere, dat er geen lucht tussen kan komen.
17Zij zijn aan elkaar gehecht, zij kleven samen, zodat zij niet van elkaar gescheiden kunnen worden.
18Door zijn niezen schittert een licht, en zijn ogen zijn als de oogleden van de dageraad.
19Uit zijn muil komen brandende fakkels, en vonken van vuur springen eruit.
20Uit zijn neusgaten gaat rook, als uit een kokende pot of ketel.
Zijn adem ontsteekt kolen, en een vlam gaat uit zijn muil.
In zijn nek woont kracht, en voor hem springt smart in blijdschap om.
23De plooien van zijn vlees zijn aan elkaar gehecht: zij zijn vast in zichzelf; zij kunnen niet bewogen worden.
24Zijn hart is zo vast als een steen; ja, zo hard als een stuk van de onderste molensteen.
25Wanneer hij zich opheft, worden de machtigen bevreesd: door zijn stampijen ontzetten zij zich.
26Het zwaard van hem die hem aanvalt, houdt geen stand: de speer, de pijl, noch het pantser.