Johannes 10:6
“Deze gelijkenis sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet wat de dingen waren die Hij hun sprak.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 10 — omringende verzen
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur, maar langs een andere weg naar binnen klimt, die is een dief en een rover.
2Maar wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen.
3Voor hem doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn eigen schapen bij name en leidt hen naar buiten.
4En wanneer hij zijn eigen schapen naar buiten gedreven heeft, gaat hij voor hen uit, en de schapen volgen hem, want zij kennen zijn stem.
5Een vreemde zullen zij niet volgen, maar zij zullen voor hem vluchten, want zij kennen de stem van vreemden niet.
Deze gelijkenis sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet wat de dingen waren die Hij hun sprak.
Jezus dan zei opnieuw tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen.
8Allen die vóór Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers; maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.
9Ik ben de deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden, en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
10De dief komt niet dan om te stelen, te doden en te verderven; Ik ben gekomen opdat zij leven hebben, en het overvloedig hebben.
11Ik ben de goede Herder; de goede Herder geeft zijn leven voor de schapen.