Johannes 10:8
“Allen die vóór Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers; maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 10 — omringende verzen
Voor hem doet de deurwachter open, en de schapen horen zijn stem; en hij roept zijn eigen schapen bij name en leidt hen naar buiten.
4En wanneer hij zijn eigen schapen naar buiten gedreven heeft, gaat hij voor hen uit, en de schapen volgen hem, want zij kennen zijn stem.
5Een vreemde zullen zij niet volgen, maar zij zullen voor hem vluchten, want zij kennen de stem van vreemden niet.
6Deze gelijkenis sprak Jezus tot hen, maar zij begrepen niet wat de dingen waren die Hij hun sprak.
7Jezus dan zei opnieuw tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen.
Allen die vóór Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers; maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd.
Ik ben de deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden, en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
10De dief komt niet dan om te stelen, te doden en te verderven; Ik ben gekomen opdat zij leven hebben, en het overvloedig hebben.
11Ik ben de goede Herder; de goede Herder geeft zijn leven voor de schapen.
12Maar hij die een huurling is en geen herder, wiens eigen schapen het niet zijn, ziet de wolf komen en verlaat de schapen en vlucht; en de wolf grijpt hen en verstrooit de schapen.
13De huurling vlucht, omdat hij een huurling is en zich niet bekommert om de schapen.