Johannes 11:37
“En sommigen van hen zeiden: Kon Deze, Die de ogen van de blinde geopend heeft, niet maken dat ook deze niet gestorven was?”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 11 — omringende verzen
Toen Maria dan daar gekomen was waar Jezus was, en Hem zag, viel zij neer aan Zijn voeten en zeide tot Hem: Heer, indien U hier geweest was, was mijn broer niet gestorven.
33Toen Jezus dan zag dat zij weende, en dat de Joden die met haar meegekomen waren ook weenden, werd Hij innerlijk diep bewogen en ontroerd.
34En Hij zeide: Waar hebt gij hem gelegd? Zij zeiden tot Hem: Heer, kom en zie.
35Jezus weende.
36Toen zeiden de Joden: Zie, hoe lief Hij hem had!
En sommigen van hen zeiden: Kon Deze, Die de ogen van de blinde geopend heeft, niet maken dat ook deze niet gestorven was?
Jezus dan, andermaal innerlijk diep bewogen, kwam bij het graf. Het was een spelonk, en er lag een steen op.
39Jezus zeide: Neemt de steen weg. Martha, de zuster van de overledene, zeide tot Hem: Heer, hij riekt al, want hij is vier dagen dood.
40Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd dat, indien u gelooft, u de heerlijkheid van God zien zult?
41Zij namen dan de steen weg van de plaats waar de overledene gelegd was. En Jezus hief Zijn ogen op en zeide: Vader, Ik dank U dat U Mij verhoord hebt.
42En Ik wist dat U Mij altijd verhoort, maar om het volk dat rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij geloven dat U Mij gezonden hebt.