Johannes 4:26
“Jezus zei tegen haar: Ik ben het, Die met u spreek.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 4 — omringende verzen
Jezus zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, het uur komt dat u noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zult aanbidden.
22U aanbidt wat u niet kent; wij aanbidden wat wij kennen, want het heil is uit de Joden.
23Maar het uur komt, en het is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulken die Hem alzo aanbidden.
24God is een Geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid.
25De vrouw zei tegen Hem: Ik weet dat de Messias komt, Die Christus genoemd wordt; wanneer Die gekomen is, zal Hij ons alles verkondigen.
Jezus zei tegen haar: Ik ben het, Die met u spreek.
En hierop kwamen Zijn discipelen, en zij verwonderden zich dat Hij met de vrouw sprak; toch zei niemand: Wat zoekt U, of: Waarom spreekt U met haar?
28De vrouw dan liet haar waterkruik staan, ging weg naar de stad, en zei tegen de mensen:
29Komt, ziet een Mens, Die mij alles gezegd heeft wat ik gedaan heb; zou Hij niet de Christus zijn?
30Zij dan gingen uit de stad en kwamen naar Hem toe.
31Ondertussen vroegen Zijn discipelen Hem, zeggende: Rabbi, eet.