Johannes 4:28
“De vrouw dan liet haar waterkruik staan, ging weg naar de stad, en zei tegen de mensen:”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 4 — omringende verzen
Maar het uur komt, en het is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulken die Hem alzo aanbidden.
24God is een Geest, en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en in waarheid.
25De vrouw zei tegen Hem: Ik weet dat de Messias komt, Die Christus genoemd wordt; wanneer Die gekomen is, zal Hij ons alles verkondigen.
26Jezus zei tegen haar: Ik ben het, Die met u spreek.
27En hierop kwamen Zijn discipelen, en zij verwonderden zich dat Hij met de vrouw sprak; toch zei niemand: Wat zoekt U, of: Waarom spreekt U met haar?
De vrouw dan liet haar waterkruik staan, ging weg naar de stad, en zei tegen de mensen:
Komt, ziet een Mens, Die mij alles gezegd heeft wat ik gedaan heb; zou Hij niet de Christus zijn?
30Zij dan gingen uit de stad en kwamen naar Hem toe.
31Ondertussen vroegen Zijn discipelen Hem, zeggende: Rabbi, eet.
32Maar Hij zei tegen hen: Ik heb een spijs om te eten die u niet kent.
33Toen zeiden de discipelen tegen elkaar: Heeft iemand Hem soms iets te eten gebracht?