Johannes 6:41
“De Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood dat uit de hemel neergedaald is.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 6 — omringende verzen
Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en toch niet gelooft.
37Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
38Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet om Mijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft.
39En dit is de wil van de Vader Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verlore, maar het opwekke ten jongsten dage.
40En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat een ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.
De Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood dat uit de hemel neergedaald is.
En zij zeiden: Is dit niet Jezus, de Zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Hij dan: Ik ben uit de hemel neergedaald?
43Jezus antwoordde dan en zeide tot hen: Mort niet onder elkander.
44Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.
45Er is geschreven in de profeten: En zij zullen allen door God onderwezen zijn. Een ieder dan die het van de Vader gehoord en geleerd heeft, komt tot Mij.
46Niet dat iemand de Vader gezien heeft, behalve Hij Die van God is; Die heeft de Vader gezien.