Johannes 6:39
“En dit is de wil van de Vader Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verlore, maar het opwekke ten jongsten dage.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 6 — omringende verzen
Zij zeiden dan tot Hem: Heer, geef ons dit brood altijd.
35En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
36Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en toch niet gelooft.
37Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
38Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet om Mijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft.
En dit is de wil van de Vader Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verlore, maar het opwekke ten jongsten dage.
En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat een ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.
41De Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood dat uit de hemel neergedaald is.
42En zij zeiden: Is dit niet Jezus, de Zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Hij dan: Ik ben uit de hemel neergedaald?
43Jezus antwoordde dan en zeide tot hen: Mort niet onder elkander.
44Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader Die Mij gezonden heeft, hem trekke; en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.