Johannes 6:37
“Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 6 — omringende verzen
Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Mozes heeft u niet dat brood uit de hemel gegeven; maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.
33Want het brood Gods is Hij Die uit de hemel nederdaalt en het leven geeft aan de wereld.
34Zij zeiden dan tot Hem: Heer, geef ons dit brood altijd.
35En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
36Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en toch niet gelooft.
Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet om Mijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft.
39En dit is de wil van de Vader Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verlore, maar het opwekke ten jongsten dage.
40En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat een ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.
41De Joden dan morden over Hem, omdat Hij gezegd had: Ik ben het brood dat uit de hemel neergedaald is.
42En zij zeiden: Is dit niet Jezus, de Zoon van Jozef, wiens vader en moeder wij kennen? Hoe zegt Hij dan: Ik ben uit de hemel neergedaald?