Johannes 6:32
“Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Mozes heeft u niet dat brood uit de hemel gegeven; maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 6 — omringende verzen
Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, hetwelk de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld.
28Toen zeiden zij tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?
29Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft.
30Zij zeiden dan tot Hem: Welk teken doet U dan, opdat wij het mogen zien en U geloven? Wat werkt U?
31Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun brood uit de hemel te eten.
Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Mozes heeft u niet dat brood uit de hemel gegeven; maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.
Want het brood Gods is Hij Die uit de hemel nederdaalt en het leven geeft aan de wereld.
34Zij zeiden dan tot Hem: Heer, geef ons dit brood altijd.
35En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
36Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en toch niet gelooft.
37Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.