Johannes 6:31
“Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun brood uit de hemel te eten.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 6 — omringende verzen
Jezus antwoordde hun en zei: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Gij zoekt Mij, niet omdat gij de wonderen gezien hebt, maar omdat gij van de broden gegeten hebt en verzadigd zijt.
27Werkt niet voor het voedsel dat vergaat, maar voor het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, hetwelk de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld.
28Toen zeiden zij tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?
29Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft.
30Zij zeiden dan tot Hem: Welk teken doet U dan, opdat wij het mogen zien en U geloven? Wat werkt U?
Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun brood uit de hemel te eten.
Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Mozes heeft u niet dat brood uit de hemel gegeven; maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.
33Want het brood Gods is Hij Die uit de hemel nederdaalt en het leven geeft aan de wereld.
34Zij zeiden dan tot Hem: Heer, geef ons dit brood altijd.
35En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
36Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en toch niet gelooft.