Johannes 6:33
“Want het brood Gods is Hij Die uit de hemel nederdaalt en het leven geeft aan de wereld.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 6 — omringende verzen
Toen zeiden zij tot Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?
29Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem Die Hij gezonden heeft.
30Zij zeiden dan tot Hem: Welk teken doet U dan, opdat wij het mogen zien en U geloven? Wat werkt U?
31Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun brood uit de hemel te eten.
32Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Mozes heeft u niet dat brood uit de hemel gegeven; maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.
Want het brood Gods is Hij Die uit de hemel nederdaalt en het leven geeft aan de wereld.
Zij zeiden dan tot Hem: Heer, geef ons dit brood altijd.
35En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
36Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en toch niet gelooft.
37Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
38Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet om Mijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft.