Johannes 6:35
“En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.”
Kruisverwijzingen
Context
Johannes 6 — omringende verzen
Zij zeiden dan tot Hem: Welk teken doet U dan, opdat wij het mogen zien en U geloven? Wat werkt U?
31Onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn; gelijk geschreven is: Hij gaf hun brood uit de hemel te eten.
32Jezus dan zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Mozes heeft u niet dat brood uit de hemel gegeven; maar Mijn Vader geeft u het ware brood uit de hemel.
33Want het brood Gods is Hij Die uit de hemel nederdaalt en het leven geeft aan de wereld.
34Zij zeiden dan tot Hem: Heer, geef ons dit brood altijd.
En Jezus zeide tot hen: Ik ben het brood des levens; die tot Mij komt, zal geenszins hongeren, en die in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten.
Maar Ik heb u gezegd, dat gij Mij ook gezien hebt, en toch niet gelooft.
37Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.
38Want Ik ben uit de hemel neergedaald, niet om Mijn eigen wil te doen, maar de wil van Hem Die Mij gezonden heeft.
39En dit is de wil van de Vader Die Mij gezonden heeft, dat Ik van alles wat Hij Mij gegeven heeft, niets verlore, maar het opwekke ten jongsten dage.
40En dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat een ieder die de Zoon ziet en in Hem gelooft, het eeuwige leven hebbe; en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage.