Jona 2:3
“Want U had mij geworpen in de diepte, in het hart van de zeeën, en de stromen omringden mij; al Uw golven en Uw baren gingen over mij heen.”
Kruisverwijzingen
Context
Jona 2 — omringende verzen
Toen bad Jona tot de HEER zijn God vanuit de buik van de vis,
2en zei: In mijn benauwdheid riep ik tot de HEER, en Hij antwoordde mij; vanuit de schoot van het dodenrijk riep ik om hulp, en U hoorde mijn stem.
Want U had mij geworpen in de diepte, in het hart van de zeeën, en de stromen omringden mij; al Uw golven en Uw baren gingen over mij heen.
Toen zei ik: Ik ben weggedreven van voor Uw ogen; nochtans zal ik weer opzien naar Uw heilige tempel.
5De wateren omringden mij tot aan de ziel toe; de diepte sloot zich om mij heen; het zeewier was om mijn hoofd gewikkeld.
6Ik daalde af tot de grondvesten van de bergen; de aarde met haar grendels was voor altijd om mij heen. Maar U hebt mijn leven opgevoerd uit het verderf, o HEER, mijn God.
7Toen mijn ziel in mij bezweek, dacht ik aan de HEER, en mijn gebed kwam tot U, in Uw heilige tempel.
8Zij die ijdele afgoden vereren, verlaten hun eigen genade.