Terug naar Jozua 10
VSV
Statenvertaling

Jozua 10:35

En zij namen het op die dag in, en sloegen het met de scherpte des zwaards, en alle zielen die daarin waren vernietigde hij op die dag volkomen, overeenkomstig alles wat hij Lachis gedaan had.

Kruisverwijzingen

Context

Jozua 10 — omringende verzen

30

En de HEER gaf het ook, en de koning daarvan, in de hand van Israël; en hij sloeg het met de scherpte des zwaards, en alle zielen die daarin waren; hij liet niemand daarin overblijven; maar hij deed de koning daarvan gelijk hij de koning van Jericho gedaan had.

31

En Jozua trok van Libna verder, en geheel Israël met hem, naar Lachis, en hij legerde zich daartegen, en streed daartegen;

32

En de HEER gaf Lachis in de hand van Israël, die het op de tweede dag innam, en het sloeg met de scherpte des zwaards, en alle zielen die daarin waren, overeenkomstig alles wat hij Libna gedaan had.

33

Toen trok Horam, de koning van Gezer, op om Lachis te helpen; maar Jozua sloeg hem en zijn volk, totdat hij hem niemand had laten overblijven.

34

En van Lachis trok Jozua verder naar Eglon, en geheel Israël met hem; en zij legerden zich daartegen en streden daartegen;

35

En zij namen het op die dag in, en sloegen het met de scherpte des zwaards, en alle zielen die daarin waren vernietigde hij op die dag volkomen, overeenkomstig alles wat hij Lachis gedaan had.

36

En Jozua trok op van Eglon, en geheel Israël met hem, naar Hebron; en zij streden daartegen;

37

En zij namen het in, en sloegen het met de scherpte des zwaards, en de koning daarvan, en alle steden daarvan, en alle zielen die daarin waren; hij liet niemand overblijven, overeenkomstig alles wat hij Eglon gedaan had; maar hij vernietigde het volkomen, en alle zielen die daarin waren.

38

En Jozua keerde terug, en geheel Israël met hem, naar Debir; en hij streed daartegen;

39

En hij nam het in, en de koning daarvan, en alle steden daarvan; en zij sloegen die met de scherpte des zwaards, en vernietigden volkomen alle zielen die daarin waren; hij liet niemand overblijven; gelijk hij Hebron gedaan had, zo deed hij Debir en de koning daarvan; en gelijk hij ook Libna en haar koning gedaan had.

40

Aldus sloeg Jozua het gehele land, het bergland en het zuiden en het laagland en de waterbronnen, en al hun koningen; hij liet niemand overblijven, maar vernietigde volkomen alles wat adem had, gelijk de HEER, de God van Israël, geboden had.