Terug naar Jozua 7
VSV
Statenvertaling

Jozua 7:10

En de HEER zeide tot Jozua: Sta op; waarom ligt gij aldus op uw aangezicht?

Kruisverwijzingen

Context

Jozua 7 — omringende verzen

5

En de mannen van Ai versloegen van hen ongeveer zesendertig man; want zij joegen hen na van voor de poort tot aan Sebarim, en versloegen hen op de helling; waardoor de harten van het volk versmolten en werden als water.

6

En Jozua scheurde zijn klederen en viel ter aarde op zijn aangezicht voor de ark van de HEER tot de avond, hij en de oudsten van Israël, en zij wierpen stof op hun hoofd.

7

En Jozua zeide: Ach, HEER God, waarom hebt U dit volk toch de Jordaan overgeleid, om ons over te leveren in de hand der Amorieten, opdat zij ons zouden verdelgen? Hadden wij maar genoegen genomen en aan de overzijde van de Jordaan gebleven!

8

O HEER, wat zal ik zeggen, nu Israël de rug keert voor zijn vijanden!

9

Want de Kanaänieten en alle inwoners van het land zullen het horen, en zij zullen ons omsingelen en onze naam van de aarde uitroeien; en wat zult U dan doen voor Uw grote naam?

10

En de HEER zeide tot Jozua: Sta op; waarom ligt gij aldus op uw aangezicht?

11

Israël heeft gezondigd, en zij hebben ook mijn verbond overtreden dat Ik hun gebood; want zij hebben genomen van het gebannene, en ook gestolen, en ook bedrogen, en het zelfs onder hun eigen goederen gelegd.

12

Daarom konden de kinderen van Israël niet standhouden voor hun vijanden, maar keerden de rug voor hun vijanden, omdat zij onder den ban waren; Ik zal voortaan niet meer met u zijn, tenzij gij het gebannene uit uw midden wegdoet.

13

Sta op, heilig het volk en zeg: Heilig uzelf voor morgen; want zo zegt de HEER, de God van Israël: Er is een gebannene in uw midden, o Israël; gij kunt niet standhouden voor uw vijanden, totdat gij het gebannene uit uw midden wegdoet.

14

Des morgens dan zult gij naderbij gebracht worden naar uw stammen; en de stam dien de HEER aanwijst, zal naderbij komen naar zijn geslachten; en het geslacht dat de HEER aanwijst, zal naderbij komen naar zijn huisgezinnen; en het huisgezin dat de HEER aanwijst, zal naderbij komen man voor man.

15

En het zal zijn, dat hij die gegrepen wordt met het gebannene, verbrand zal worden met vuur, hij en al wat hij heeft; omdat hij het verbond van de HEER heeft overtreden en dwaasheid bedreven heeft in Israël.