Terug naar Jozua 8
VSV
Statenvertaling

Jozua 8:18

En de HEER zeide tot Jozua: Strek de speer die in uw hand is, uit naar Ai; want Ik zal haar in uw hand geven. En Jozua strekte de speer die hij in zijn hand had, uit naar de stad.

Kruisverwijzingen

Context

Jozua 8 — omringende verzen

13

En nadat zij het volk hadden opgesteld, namelijk het gehele leger dat ten noorden van de stad was, en hun hinderlaag ten westen van de stad, ging Jozua die nacht in het midden van het dal.

14

En het geschiedde, toen de koning van Ai dit zag, dat zij haastten en vroeg opstonden, en de mannen van de stad trokken uit tegen Israël ten strijde, hij en al zijn volk, op de bepaalde tijd, voor de vlakte; maar hij wist niet dat er een hinderlaag tegen hem was achter de stad.

15

En Jozua en geheel Israël deden alsof zij voor hen verslagen waren en vluchtten langs de weg van de woestijn.

16

En al het volk dat in Ai was, werd bijeengeroepen om hen te achtervolgen; en zij vervolgden Jozua en werden zo van de stad weggelokt.

17

En er bleef geen man over in Ai of Bethel die niet achter Israël aanging; en zij lieten de stad open en achtervolgden Israël.

18

En de HEER zeide tot Jozua: Strek de speer die in uw hand is, uit naar Ai; want Ik zal haar in uw hand geven. En Jozua strekte de speer die hij in zijn hand had, uit naar de stad.

19

En de hinderlaag stond snel op uit haar plaats en liep zodra hij zijn hand had uitgestrekt; en zij trokken de stad in en namen haar in, en haastten zich en staken de stad in brand.

20

En toen de mannen van Ai achterom keken, zagen zij, en zie, de rook van de stad steeg op ten hemel, en zij hadden geen macht om hierheen of daarheen te vluchten; en het volk dat naar de woestijn gevlucht was, keerde zich om tegen de achtervolgers.

21

En toen Jozua en geheel Israël zagen dat de hinderlaag de stad had ingenomen en dat de rook van de stad opsteeg, keerden zij terug en versloegen de mannen van Ai.

22

En de anderen kwamen uit de stad hen tegemoet; zodat zij midden in Israël waren, de enen aan deze zijde en de anderen aan die zijde; en zij versloegen hen, zodat zij niemand van hen lieten overblijven of ontkomen.

23

En de koning van Ai namen zij levend gevangen en brachten hem tot Jozua.