Klaagliederen 3:29
“Hij legt zijn mond in het stof; misschien is er hoop.”
Kruisverwijzingen
Context
Klaagliederen 3 — omringende verzen
De HEER is mijn deel, zegt mijn ziel; daarom zal ik op Hem hopen.
25De HEER is goed voor hen die op Hem wachten, voor de ziel die Hem zoekt.
26Het is goed dat een man zowel hoopt als stil wacht op de verlossing van de HEER.
27Het is goed voor een man dat hij het juk in zijn jeugd draagt.
28Hij zit alleen en houdt stilte, omdat hij het op zich heeft genomen.
Hij legt zijn mond in het stof; misschien is er hoop.
Hij biedt zijn wang aan hem die hem slaat; hij is verzadigd van smaad.
31Want de HEER zal niet voor eeuwig verstoten.
32Maar hoewel Hij smart veroorzaakt, zal Hij toch barmhartig zijn naar de veelheid van Zijn goedertierenheden.
33Want Hij verdrukt niet van harte, noch bedroeft Hij de mensenkinderen willens en wetens.
34Om alle gevangenen der aarde onder Zijn voeten te vertrappen.