Klaagliederen 5:8
“Knechten hebben over ons geheerst; er is niemand die ons uit hun hand redt.”
Kruisverwijzingen
Context
Klaagliederen 5 — omringende verzen
Wij zijn wezen zonder vader, onze moeders zijn als weduwen.
4Wij hebben ons water voor geld gedronken; ons hout wordt ons verkocht.
5Wij dragen het juk op onze nekken; wij zwoegen en vinden geen rust.
6Wij hebben de hand gegeven aan de Egyptenaren en aan de Assyriërs, om brood te hebben.
7Onze vaderen hebben gezondigd en zij zijn er niet meer; wij dragen hun ongerechtigheden.
Knechten hebben over ons geheerst; er is niemand die ons uit hun hand redt.
Wij haalden ons brood met gevaar van ons leven, vanwege het zwaard in de woestijn.
10Onze huid was zwart geworden als een oven, vanwege de verschrikkelijke hongersnood.
11Zij hebben de vrouwen in Sion geschonden en de maagden in de steden van Juda.
12Vorsten zijn aan hun handen opgehangen; de ouderlingen werden niet geëerd.
13Zij namen de jongemannen om te malen en de kinderen bezweken onder het hout.