Terug naar Leviticus 16
VSV
Statenvertaling

Leviticus 16:28

En hij die hen verbrandt, zal zijn kleren wassen en zijn lichaam in water baden, en daarna zal hij in het kamp komen.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 16 — omringende verzen

23

En Aäron zal in de tent der samenkomst komen en de linnen klederen uittrekken die hij aantrok toen hij in het heilige ging, en hij zal ze daar laten.

24

En hij zal zijn vlees met water wassen op de heilige plaats en zijn klederen aantrekken, en naar buiten komen en zijn brandoffer en het brandoffer van het volk offeren en verzoening doen voor zichzelf en voor het volk.

25

En het vet van het zondoffer zal hij op het altaar verbranden.

26

En hij die de bok voor de zondebok heeft losgelaten, zal zijn kleren wassen en zijn lichaam in water baden, en daarna in het kamp komen.

27

En de stier voor het zondoffer en de bok voor het zondoffer, waarvan het bloed naar binnen gebracht werd om verzoening te doen in het heilige, zal men buiten het kamp dragen; en men zal hun huiden, hun vlees en hun mest met vuur verbranden.

28

En hij die hen verbrandt, zal zijn kleren wassen en zijn lichaam in water baden, en daarna zal hij in het kamp komen.

29

En dit zal voor u een eeuwige inzetting zijn: in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, zult gij uw zielen verootmoedigen en in het geheel geen werk doen, hetzij een ingeborene of een vreemdeling die onder u verblijft.

30

Want op die dag zal de priester voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij rein zijn voor de HEER.

31

Het zal voor u een sabbat van volkomen rust zijn, en gij zult uw zielen verootmoedigen; het is een eeuwige inzetting.

32

En de priester die hij zal zalven en die hij zal inwijden om in zijn vaders plaats het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen en de linnen klederen, de heilige gewaden, aantrekken.

33

En hij zal verzoening doen voor het heilige heiligdom, en hij zal verzoening doen voor de tabernakel der samenkomst en voor het altaar, en hij zal verzoening doen voor de priesters en voor al het volk der gemeente.