Leviticus 16:33
“En hij zal verzoening doen voor het heilige heiligdom, en hij zal verzoening doen voor de tabernakel der samenkomst en voor het altaar, en hij zal verzoening doen voor de priesters en voor al het volk der gemeente.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 16 — omringende verzen
En hij die hen verbrandt, zal zijn kleren wassen en zijn lichaam in water baden, en daarna zal hij in het kamp komen.
29En dit zal voor u een eeuwige inzetting zijn: in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, zult gij uw zielen verootmoedigen en in het geheel geen werk doen, hetzij een ingeborene of een vreemdeling die onder u verblijft.
30Want op die dag zal de priester voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij rein zijn voor de HEER.
31Het zal voor u een sabbat van volkomen rust zijn, en gij zult uw zielen verootmoedigen; het is een eeuwige inzetting.
32En de priester die hij zal zalven en die hij zal inwijden om in zijn vaders plaats het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen en de linnen klederen, de heilige gewaden, aantrekken.
En hij zal verzoening doen voor het heilige heiligdom, en hij zal verzoening doen voor de tabernakel der samenkomst en voor het altaar, en hij zal verzoening doen voor de priesters en voor al het volk der gemeente.
En dit zal voor u een eeuwige inzetting zijn, om eenmaal per jaar verzoening te doen voor de kinderen Israëls vanwege al hun zonden. En hij deed zoals de HEER Mozes geboden had.