Leviticus 16:31
“Het zal voor u een sabbat van volkomen rust zijn, en gij zult uw zielen verootmoedigen; het is een eeuwige inzetting.”
Kruisverwijzingen
Context
Leviticus 16 — omringende verzen
En hij die de bok voor de zondebok heeft losgelaten, zal zijn kleren wassen en zijn lichaam in water baden, en daarna in het kamp komen.
27En de stier voor het zondoffer en de bok voor het zondoffer, waarvan het bloed naar binnen gebracht werd om verzoening te doen in het heilige, zal men buiten het kamp dragen; en men zal hun huiden, hun vlees en hun mest met vuur verbranden.
28En hij die hen verbrandt, zal zijn kleren wassen en zijn lichaam in water baden, en daarna zal hij in het kamp komen.
29En dit zal voor u een eeuwige inzetting zijn: in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, zult gij uw zielen verootmoedigen en in het geheel geen werk doen, hetzij een ingeborene of een vreemdeling die onder u verblijft.
30Want op die dag zal de priester voor u verzoening doen, om u te reinigen; van al uw zonden zult gij rein zijn voor de HEER.
Het zal voor u een sabbat van volkomen rust zijn, en gij zult uw zielen verootmoedigen; het is een eeuwige inzetting.
En de priester die hij zal zalven en die hij zal inwijden om in zijn vaders plaats het priesterambt te bedienen, zal de verzoening doen en de linnen klederen, de heilige gewaden, aantrekken.
33En hij zal verzoening doen voor het heilige heiligdom, en hij zal verzoening doen voor de tabernakel der samenkomst en voor het altaar, en hij zal verzoening doen voor de priesters en voor al het volk der gemeente.
34En dit zal voor u een eeuwige inzetting zijn, om eenmaal per jaar verzoening te doen voor de kinderen Israëls vanwege al hun zonden. En hij deed zoals de HEER Mozes geboden had.