Terug naar Leviticus 19
VSV
Statenvertaling

Leviticus 19:21

En hij zal zijn schuldoffer aan de HEER brengen, tot de deur van de tent der samenkomst, namelijk een ram als schuldoffer.

Kruisverwijzingen

Context

Leviticus 19 — omringende verzen

16

Gij zult niet als een lasteraar onder uw volk rondgaan; noch zult gij opstaan tegen het bloed van uw naaste: Ik ben de HEER.

17

Gij zult uw broeder niet haten in uw hart; gij zult uw naaste zeker bestraffen, en geen zonde om zijnentwil dragen.

18

Gij zult niet wreken, noch een wrok koesteren tegen de kinderen van uw volk, maar gij zult uw naaste liefhebben als uzelf: Ik ben de HEER.

19

Gij zult Mijn inzettingen onderhouden. Gij zult uw vee niet laten paren met een ander soort; gij zult uw veld niet bezaaien met gemengd zaad; en een kleed geweven van linnen en wol zal niet op u komen.

20

En indien iemand vleselijk ligt bij een vrouw die een slavin is, verloofd aan een man, en zij geenszins is vrijgekocht, noch vrijheid gegeven; dan zal zij gegeseld worden; zij zullen niet ter dood gebracht worden, omdat zij niet vrij was.

21

En hij zal zijn schuldoffer aan de HEER brengen, tot de deur van de tent der samenkomst, namelijk een ram als schuldoffer.

22

En de priester zal voor hem verzoening doen met de ram van het schuldoffer voor de HEER wegens zijn zonde die hij begaan heeft; en de zonde die hij begaan heeft zal hem vergeven worden.

23

En wanneer gij in het land zult komen en allerlei vruchtbomen geplant zult hebben, dan zult gij hun vrucht als onbesneden beschouwen; drie jaar zullen zij als onbesneden voor u zijn; zij zullen niet gegeten worden.

24

Maar in het vierde jaar zal al hun vrucht heilig zijn, tot lofzegging voor de HEER.

25

En in het vijfde jaar zult gij van haar vrucht eten, opdat zij haar opbrengst voor u vermeerdere: Ik ben de HEER uw God.

26

Gij zult niets eten met het bloed; gij zult geen toverij bedrijven, noch op gunstige tijden letten.