Lukas 8:9
“En Zijn discipelen vroegen Hem: Wat zou deze gelijkenis betekenen?”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 8 — omringende verzen
En toen er een grote menigte samenstroomde en men uit elke stad tot Hem toekwam, sprak Hij door een gelijkenis:
5Een zaaier ging uit om zijn zaad te zaaien; en terwijl hij zaaide, viel een deel langs de weg, en het werd vertrapt, en de vogels des hemels aten het op.
6En een ander deel viel op de rots; en toen het opgeschoten was, verdorde het, omdat het geen vocht had.
7En een ander deel viel tussen de dorens; en de dorens schoten mee op en verstikten het.
8En een ander deel viel in goede aarde, en schoot op en droeg vrucht, honderdvoudig. En toen Hij dit gezegd had, riep Hij: Wie oren heeft om te horen, die hore.
En Zijn discipelen vroegen Hem: Wat zou deze gelijkenis betekenen?
En Hij zeide: Aan u is het gegeven de verborgenheden van het Koninkrijk Gods te kennen, maar aan de anderen in gelijkenissen, opdat zijziende niet zouden zien en horende niet zouden verstaan.
11Dit nu is de gelijkenis: Het zaad is het woord Gods.
12Die langs de weg zijn, zijn zij die horen; dan komt de duivel en neemt het woord weg uit hun harten, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden.
13Die op de rots zijn, zijn zij die, wanneer zij horen, het woord met blijdschap ontvangen; en dezen hebben geen wortel, die voor een tijd geloven en in de tijd van verzoeking afvallen.
14En wat onder de doornen viel, zijn zij die, wanneer zij gehoord hebben, heengaan en verstikt worden door de zorgen en rijkdommen en genoegens van dit leven, en geen vrucht tot volkomenheid voortbrengen.