Lukas 8:12
“Die langs de weg zijn, zijn zij die horen; dan komt de duivel en neemt het woord weg uit hun harten, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 8 — omringende verzen
En een ander deel viel tussen de dorens; en de dorens schoten mee op en verstikten het.
8En een ander deel viel in goede aarde, en schoot op en droeg vrucht, honderdvoudig. En toen Hij dit gezegd had, riep Hij: Wie oren heeft om te horen, die hore.
9En Zijn discipelen vroegen Hem: Wat zou deze gelijkenis betekenen?
10En Hij zeide: Aan u is het gegeven de verborgenheden van het Koninkrijk Gods te kennen, maar aan de anderen in gelijkenissen, opdat zijziende niet zouden zien en horende niet zouden verstaan.
11Dit nu is de gelijkenis: Het zaad is het woord Gods.
Die langs de weg zijn, zijn zij die horen; dan komt de duivel en neemt het woord weg uit hun harten, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden.
Die op de rots zijn, zijn zij die, wanneer zij horen, het woord met blijdschap ontvangen; en dezen hebben geen wortel, die voor een tijd geloven en in de tijd van verzoeking afvallen.
14En wat onder de doornen viel, zijn zij die, wanneer zij gehoord hebben, heengaan en verstikt worden door de zorgen en rijkdommen en genoegens van dit leven, en geen vrucht tot volkomenheid voortbrengen.
15Maar wat op de goede grond is, zijn zij die in een oprecht en goed hart het woord, gehoord hebbende, bewaren en met volharding vrucht voortbrengen.
16Niemand, wanneer hij een kaars heeft aangestoken, bedekt die met een vat of zet die onder een bed, maar zet die op een kandelaar, opdat zij die binnenkomen het licht zien.
17Want niets is verborgen, dat niet openbaar zal worden gemaakt, noch iets verholen, dat niet bekend zal worden en aan het licht zal komen.