Markus 11:6
“En zij zeiden tot hen wat Jezus gezegd had; en zij lieten hen gaan.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 11 — omringende verzen
En toen zij Jeruzalem naderden, bij Bethfagé en Bethanië, aan de Olijfberg, zond Hij twee van Zijn discipelen uit,
2En zeide tot hen: Gaat heen naar het dorp dat recht voor u ligt; en zodra gij daarin gekomen zijt, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop nog nooit een mens gezeten heeft; maakt het los en brengt het mede.
3En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dit? zegt dan: De Heer heeft het van node; en hij zal het terstond hierheen zenden.
4En zij gingen heen en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de tweesprong; en zij maakten het los.
5En enigen van hen die daar stonden, zeiden tot hen: Wat doet gij, dat gij het veulen losmaakt?
En zij zeiden tot hen wat Jezus gezegd had; en zij lieten hen gaan.
En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen erop; en Hij zat erop.
8En velen spreidden hun klederen op de weg; en anderen hieuwen takken van de bomen en spreidden ze op de weg.
9En die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna; Gezegend is Hij die komt in de Naam des Heren.
10Gezegend zij het koninkrijk van onze vader David, dat komt in de Naam des Heren; Hosanna in de hoogste hemelen.
11En Jezus ging Jeruzalem binnen, en in de tempel; en nadat Hij alles rondom had aanschouwd, en de avond nu gevallen was, ging Hij uit naar Bethanië met de twaalven.