Markus 11:8
“En velen spreidden hun klederen op de weg; en anderen hieuwen takken van de bomen en spreidden ze op de weg.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 11 — omringende verzen
En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dit? zegt dan: De Heer heeft het van node; en hij zal het terstond hierheen zenden.
4En zij gingen heen en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de tweesprong; en zij maakten het los.
5En enigen van hen die daar stonden, zeiden tot hen: Wat doet gij, dat gij het veulen losmaakt?
6En zij zeiden tot hen wat Jezus gezegd had; en zij lieten hen gaan.
7En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen erop; en Hij zat erop.
En velen spreidden hun klederen op de weg; en anderen hieuwen takken van de bomen en spreidden ze op de weg.
En die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna; Gezegend is Hij die komt in de Naam des Heren.
10Gezegend zij het koninkrijk van onze vader David, dat komt in de Naam des Heren; Hosanna in de hoogste hemelen.
11En Jezus ging Jeruzalem binnen, en in de tempel; en nadat Hij alles rondom had aanschouwd, en de avond nu gevallen was, ging Hij uit naar Bethanië met de twaalven.
12En de volgende dag, toen zij van Bethanië kwamen, had Hij honger.
13En ziende van verre een vijgenboom die bladeren had, ging Hij daarheen om te zien of Hij er ook iets op vinden zou; en toen Hij erbij gekomen was, vond Hij niets dan bladeren; want de tijd van vijgen was nog niet.