Markus 11:7
“En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen erop; en Hij zat erop.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 11 — omringende verzen
En zeide tot hen: Gaat heen naar het dorp dat recht voor u ligt; en zodra gij daarin gekomen zijt, zult gij een veulen gebonden vinden, waarop nog nooit een mens gezeten heeft; maakt het los en brengt het mede.
3En indien iemand tot u zegt: Waarom doet gij dit? zegt dan: De Heer heeft het van node; en hij zal het terstond hierheen zenden.
4En zij gingen heen en vonden het veulen gebonden bij de deur, buiten aan de tweesprong; en zij maakten het los.
5En enigen van hen die daar stonden, zeiden tot hen: Wat doet gij, dat gij het veulen losmaakt?
6En zij zeiden tot hen wat Jezus gezegd had; en zij lieten hen gaan.
En zij brachten het veulen tot Jezus, en wierpen hun klederen erop; en Hij zat erop.
En velen spreidden hun klederen op de weg; en anderen hieuwen takken van de bomen en spreidden ze op de weg.
9En die voorgingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna; Gezegend is Hij die komt in de Naam des Heren.
10Gezegend zij het koninkrijk van onze vader David, dat komt in de Naam des Heren; Hosanna in de hoogste hemelen.
11En Jezus ging Jeruzalem binnen, en in de tempel; en nadat Hij alles rondom had aanschouwd, en de avond nu gevallen was, ging Hij uit naar Bethanië met de twaalven.
12En de volgende dag, toen zij van Bethanië kwamen, had Hij honger.