Markus 12:14
“En toen zij gekomen waren, zeiden zij tot Hem: Meester, wij weten dat Gij waarachtig zijt en naar niemand vraagt; want Gij ziet de persoon der mensen niet aan, maar leert de weg Gods in der waarheid: Is het geoorloofd de keizer schatting te geven, of niet?”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 12 — omringende verzen
Wat zal dan de heer van de wijngaard doen? Hij zal komen en de pachters verdelgen, en de wijngaard aan anderen geven.
10En hebt gij deze Schrift niet gelezen: De steen die de bouwlieden verworpen hebben, is geworden tot een hoeksteen;
11Dit is van de HEER geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
12En zij zochten Hem te grijpen, maar vreesden het volk; want zij begrepen dat Hij de gelijkenis tegen hen gesproken had; en zij verlieten Hem en gingen heen.
13En zij zonden tot Hem enigen van de Farizeeën en van de Herodianen, om Hem in Zijn woorden te vangen.
En toen zij gekomen waren, zeiden zij tot Hem: Meester, wij weten dat Gij waarachtig zijt en naar niemand vraagt; want Gij ziet de persoon der mensen niet aan, maar leert de weg Gods in der waarheid: Is het geoorloofd de keizer schatting te geven, of niet?
Zullen wij geven, of niet geven? Maar Hij, hun huichelarij kennende, zeide tot hen: Waarom verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, opdat Ik hem zie.
16En zij brachten hem. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en dit opschrift? En zij zeiden tot Hem: Des keizers.
17En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Geeft de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.
18Toen kwamen tot Hem de Sadduceeën, die zeggen dat er geen opstanding is; en zij vraagden Hem, zeggende:
19Meester, Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft en een vrouw nalaat, en geen kinderen achterlaat, dat zijn broeder zijn vrouw neme en zijn broeder nageslacht verwekke.