Markus 12:11
“Dit is van de HEER geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 12 — omringende verzen
Nog had hij één zoon, zijn geliefde; ook die zond hij als laatste tot hen, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.
7Maar die pachters zeiden onder elkander: Dit is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal de onze zijn.
8En zij namen hem, en doodden hem, en wierpen hem buiten de wijngaard.
9Wat zal dan de heer van de wijngaard doen? Hij zal komen en de pachters verdelgen, en de wijngaard aan anderen geven.
10En hebt gij deze Schrift niet gelezen: De steen die de bouwlieden verworpen hebben, is geworden tot een hoeksteen;
Dit is van de HEER geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
En zij zochten Hem te grijpen, maar vreesden het volk; want zij begrepen dat Hij de gelijkenis tegen hen gesproken had; en zij verlieten Hem en gingen heen.
13En zij zonden tot Hem enigen van de Farizeeën en van de Herodianen, om Hem in Zijn woorden te vangen.
14En toen zij gekomen waren, zeiden zij tot Hem: Meester, wij weten dat Gij waarachtig zijt en naar niemand vraagt; want Gij ziet de persoon der mensen niet aan, maar leert de weg Gods in der waarheid: Is het geoorloofd de keizer schatting te geven, of niet?
15Zullen wij geven, of niet geven? Maar Hij, hun huichelarij kennende, zeide tot hen: Waarom verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, opdat Ik hem zie.
16En zij brachten hem. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en dit opschrift? En zij zeiden tot Hem: Des keizers.