Markus 12:6
“Nog had hij één zoon, zijn geliefde; ook die zond hij als laatste tot hen, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 12 — omringende verzen
En Hij begon tot hen te spreken door gelijkenissen. Een man plantte een wijngaard, en zette er een heg omheen, en groef een wijnpers, en bouwde een toren, en verhuurde hem aan pachters, en reisde naar een ver land.
2En op de bestemde tijd zond hij een dienstknecht tot de pachters, om van de pachters de vrucht van de wijngaard te ontvangen.
3En zij grepen hem, en sloegen hem, en zonden hem ledig heen.
4En hij zond tot hen wederom een andere dienstknecht; en zij wierpen stenen naar hem en verwondden hem aan het hoofd, en zonden hem smadelijk behandeld heen.
5En hij zond wederom een ander; en die doodden zij, en ook velen anderen; sommigen sloegen zij en anderen doodden zij.
Nog had hij één zoon, zijn geliefde; ook die zond hij als laatste tot hen, zeggende: Zij zullen mijn zoon ontzien.
Maar die pachters zeiden onder elkander: Dit is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden, en de erfenis zal de onze zijn.
8En zij namen hem, en doodden hem, en wierpen hem buiten de wijngaard.
9Wat zal dan de heer van de wijngaard doen? Hij zal komen en de pachters verdelgen, en de wijngaard aan anderen geven.
10En hebt gij deze Schrift niet gelezen: De steen die de bouwlieden verworpen hebben, is geworden tot een hoeksteen;
11Dit is van de HEER geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?