Markus 12:18
“Toen kwamen tot Hem de Sadduceeën, die zeggen dat er geen opstanding is; en zij vraagden Hem, zeggende:”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 12 — omringende verzen
En zij zonden tot Hem enigen van de Farizeeën en van de Herodianen, om Hem in Zijn woorden te vangen.
14En toen zij gekomen waren, zeiden zij tot Hem: Meester, wij weten dat Gij waarachtig zijt en naar niemand vraagt; want Gij ziet de persoon der mensen niet aan, maar leert de weg Gods in der waarheid: Is het geoorloofd de keizer schatting te geven, of niet?
15Zullen wij geven, of niet geven? Maar Hij, hun huichelarij kennende, zeide tot hen: Waarom verzoekt gij Mij? Brengt Mij een penning, opdat Ik hem zie.
16En zij brachten hem. En Hij zeide tot hen: Wiens is dit beeld en dit opschrift? En zij zeiden tot Hem: Des keizers.
17En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Geeft de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is. En zij verwonderden zich over Hem.
Toen kwamen tot Hem de Sadduceeën, die zeggen dat er geen opstanding is; en zij vraagden Hem, zeggende:
Meester, Mozes heeft ons geschreven: Indien iemands broeder sterft en een vrouw nalaat, en geen kinderen achterlaat, dat zijn broeder zijn vrouw neme en zijn broeder nageslacht verwekke.
20Nu waren er zeven broeders; en de eerste nam een vrouw, en stierf zonder nageslacht na te laten.
21En de tweede nam haar, en stierf, en ook die liet geen nageslacht na; en de derde evenzo.
22En de zeven hadden haar, en lieten geen nageslacht na; als laatste van allen stierf ook de vrouw.
23In de opstanding dan, wanneer zij zullen opstaan, wiens vrouw zal zij zijn van hen? Want die zeven hebben haar tot vrouw gehad.