Markus 5:4
“Want hij was dikwijls met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren door hem stukgerukt en de boeien verbrijzeld; en niemand was in staat hem te bedwingen.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 5 — omringende verzen
En zij kwamen aan de overkant van de zee, in het land der Gadarenen.
2En toen Hij uit het schip gegaan was, ontmoette Hem terstond uit de graven een man met een onreine geest,
3Die zijn woning in de graven had; en niemand kon hem binden, zelfs niet met ketenen;
Want hij was dikwijls met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren door hem stukgerukt en de boeien verbrijzeld; en niemand was in staat hem te bedwingen.
En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en zichzelf met stenen verwondende.
6Maar toen hij Jezus van verre zag, liep hij toe en wierp zich voor Hem neder,
7En riep met luider stem en zeide: Wat heb ik met U te maken, Jezus, Gij Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt.
8Want Hij had tot hem gezegd: Ga uit van de man, gij onreine geest.
9En Hij vroeg hem: Wat is uw naam? En hij antwoordde en zeide: Mijn naam is Legioen; want wij zijn velen.