Markus 5:7
“En riep met luider stem en zeide: Wat heb ik met U te maken, Jezus, Gij Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 5 — omringende verzen
En toen Hij uit het schip gegaan was, ontmoette Hem terstond uit de graven een man met een onreine geest,
3Die zijn woning in de graven had; en niemand kon hem binden, zelfs niet met ketenen;
4Want hij was dikwijls met boeien en ketenen gebonden geweest, en de ketenen waren door hem stukgerukt en de boeien verbrijzeld; en niemand was in staat hem te bedwingen.
5En hij was altijd, nacht en dag, op de bergen en in de graven, roepende en zichzelf met stenen verwondende.
6Maar toen hij Jezus van verre zag, liep hij toe en wierp zich voor Hem neder,
En riep met luider stem en zeide: Wat heb ik met U te maken, Jezus, Gij Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer U bij God, dat Gij mij niet pijnigt.
Want Hij had tot hem gezegd: Ga uit van de man, gij onreine geest.
9En Hij vroeg hem: Wat is uw naam? En hij antwoordde en zeide: Mijn naam is Legioen; want wij zijn velen.
10En hij smeekte Hem dringend dat Hij hen niet uit het land zou wegzenden.
11Nu was daar bij de bergen een grote kudde zwijnen aan het grazen.
12En al de duivelen smeekten Hem, zeggende: Zend ons in de zwijnen, opdat wij in hen mogen varen.