Mattheüs 13:10
“En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 13 — omringende verzen
Andere vielen op steenachtige plaatsen, waar zij niet veel aarde hadden; en terstond schoten zij op, omdat zij geen diepte van aarde hadden.
6En toen de zon opkwam, werden zij verschroeid; en omdat zij geen wortel hadden, verdorden zij.
7En andere vielen tussen de doornen, en de doornen schoten op en verstikten ze.
8Maar andere vielen in goede grond en brachten vrucht voort, sommige honderdvoud, sommige zestigvoud, sommige dertigvoud.
9Wie oren heeft om te horen, die hore.
En de discipelen kwamen en zeiden tot Hem: Waarom spreekt U tot hen in gelijkenissen?
Hij antwoordde en zei tot hen: Omdat het u gegeven is de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is het niet gegeven.
12Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloed hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden ook wat hij heeft.
13Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen, omdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, noch verstaan.
14En in hen wordt vervuld de profetie van Jesaja, die zegt: Horende zult gij horen en geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en geenszins bemerken.
15Want het hart van dit volk is dik geworden, en met hun oren horen zij zwaarlijk, en hun ogen hebben zij gesloten, opdat zij niet te eniger tijd met hun ogen zouden zien en met hun oren horen, en met hun hart verstaan, en zich bekeren, en Ik hen genezen zou.